Sustainability in stallen

Tussen nu en 2030 moeten de emissies in Nederland flink omlaag. Ook in de veehouderij. De kalversector focust zich op de plek waar de meeste uitstoot van ammoniak teruggebracht kan worden: de kalverstal.

10-02-2021

Tussen nu en 2030 moeten de emissies in Nederland flink omlaag. Ook in de veehouderij. De kalversector focust zich op de plek waar de meeste uitstoot van ammoniak teruggebracht kan worden: de kalverstal. Het onderzoeken en testen van die nieuwe staloplossingen duurt lang, en brengt dilemma’s met zich mee. Waarom kost die verandering zoveel tijd? En wat speelt zich af in de hoofden van de kalverhouders? Henk Bekman van Stichting Brancheorganisatie Kalversector vertelt erover. ‘’Kalverhouders willen graag verduurzamen, maar willen zeker weten dat ze in de goede maatregelen investeren.’’

Traditionele kalverstallen in Nederland zijn uitgerust met roostervloeren boven een mestkelder van een meter, of dieper. Daar ligt de mest vaak langere tijd. Doordat de mest en urine bij elkaar worden opgevangen, zorgt dat voor ammoniakvorming. De uitstoot daarvan zet de biodiversiteit voor kwetsbare stikstofnatuurgebieden onder druk. Naar schatting komt zo’n 70% van de emissievorming vrij uit die mestkelders. ‘’Daarom is het aanpakken van de mestkelders de meest belovende aanpak qua emissiereductie’’, zegt Henk Bekman, secretaris van Stichting Brancheorganisatie Kalversector.

Lopende mestband

Om te voorkomen dat enzymen van bacteriën in de mest de stikstof uit de urine omzetten in ammoniak, is het dus belangrijk om mest en urine van elkaar gescheiden tehouden. Bekman geeft voorbeelden van stalaanpassingen om mest slimmer op te vangen. ‘’Denk aan ondiepere mestkelders, met schuine vloeren. Mest blijft daarop liggen, terwijl urine wegloopt. Of aan een systeem waarbij een mestschuif op een ondiepe mestkelder is gemonteerd. In de keldervloer zijn afvoerbuizen gemaakt waar de urine versneld de stal uit kan stromen. Dit zorgt voor een directe scheiding van mest en urine. Met zo’n mestband kunnen we naar schatting tot 80% emissies reduceren.’’

Deze en andere ideeën op het gebied van emissiereductie worden onder andere beproefd in zogenoemde proeftuinen van ‘Boer aan het Roer’ – een initiatief van Regio Deal FoodValley. In de proeftuinen zullen pilotbedrijven innovaties in de praktijk testen. ‘’Het initiatief zet in op stimulatie van reducerende maatregelen, die ze vervolgens in de Proeftuin kunnen testen en evalueren om het daarna in de praktijk te brengen.’’

de ene ontwikkeling mag niet leiden tot grotere problemen op andere vlakken, we zoeken een integrale oplossing. - Henk Bekman

Meer ruimte en een betere luchtkwaliteit

Emissiearme opvang biedt ook kansen voor hoogwaardige bewerking van mest tot organische en minerale bemestingsproducten. Wat past binnen de kaders van de kringlooplandbouw. Ook op dierenwelzijnsgebied zijn er voordelen. Een nieuw stalsysteem verbetert het binnenklimaat van de stallen, wat zorgt voor een betere luchtkwaliteit voor kalveren. Bekman: ‘’Een slechte luchtkwaliteit in de stal kan luchtwegaandoeningen veroorzaken. En juist dit is een van de meest kritische gezondheidsaspecten in de kalverhouderij.’’ Daarnaast zorgt de invoering van nieuwe stalsystemen voor meer ruimte voor de dieren. Waarbij ook de ligvloeren voor het kalf comfortabeler, en zachter zullen zijn.

Maar het creëren van een ligplaats, die bijdraagt aan emissiereductie is ook lastig. ‘’De technieken die nu worden ontwikkeld en getest, zijn niet altijd mogelijk, of leiden tot andere problemen’’, vertelt Bekman. Bijvoorbeeld gladdere vloeren waarop kalveren uit kunnen glijden of vloeren die leiden tot een vervuiling van de huid. Daarmee schetst Bekman een dilemma van verduurzaming. ‘’Want de ene ontwikkeling mag niet leiden tot grotere problemen op andere vlakken, we zoeken een integrale oplossing’’, zegt hij.

Dilemma’s voor kalverhouders

Ook kalverhouders staan in deze transitie voor grote opgaves. ‘’Bedrijfseconomisch is verduurzamen moeilijk.’’ Bekman legt uit dat kalverhouders hun stal voor minimaal tien jaar bouwen. Om een erkend stalsysteem te krijgen, zouden ze dus hun huidige stallen versneld moeten afschrijven. ‘’En dat brengt extra kosten met zich mee’’, zegt Bekman. Daarnaast is het afgelopen jaar financieel een slecht jaar geweest. ‘’De coronacrisis heeft grote invloed gehad op de kalversector. Veel kalverhouders hebben flinke verliezen gedraaid. Door de sluiting van de horeca kon minder kalfsvlees geleverd worden, bovendien tegen een lagere prijs ‘’En als je al verlies leidt, houd je weinig over om te investeren.’’

2030 komt steeds dichterbij

Hij benadrukt dat de kalversector graag die duurzame slag wil maken. ‘’Maar dan moeten kalverhouders zeker weten dat ze in de goede maatregelen investeren. Stel je voor dat een bepaalde theorie niet klopt, en in plaats van halvering van de emissie, het slechts zorgt voor een reductie van 5%. Dan moet je je afvragen of het de investering het waard is, of we verder moeten zoeken naar andere wegen.’’ Bekman is realistisch. ‘’De tijd dringt. Het ontwikkelen en testen van innovaties kost veel tijd, terwijl 2030 om de hoek ligt.’’ Maar hoopvol is hij ook. ‘’We zijn er nog niet, maar er is genoeg perspectief.’’

 

 

Samen met ketenpartners neemt de VanDrie Group de verantwoordelijkheid om klimaatimpact te verminderen. Het bedrijf heeft daarom in 2019 de doelstelling gesteld om in 2030 49% reductie in CO2-uitstoot ten opzichte van 1990 te behalen, conform het Klimaatakkoord. Milieudefensie publiceerde begin februari echter een rapport waarin het onder andere de VanDrie Group aanrekent dat waarschijnlijk de Nederlandse klimaatdoelen van 2030 niet worden behaald. De reactie van de VanDrie Group op dit rapport lees je hier.
 

  • Deze site maakt gebruik van cookies
  • Verberg deze melding